shutterstock_554660995.jpg

Verslavingen 

Soorten verslavingen

Verslaving is een dwangmatige drang om een psycho-actief middel te gebruiken

 
 

 

Verslaving is een ziekte. Verslaving is een voortdurende, dwangmatige drang om een psycho-actief middel te gebruiken, met de onmogelijkheid om deze drang onder controle te houden, ondanks de (toekomstige) negatieve gevolgen die het gebruik van deze middelen met zich meebrengt.

Om verslaving goed te begrijpen is het belangrijk om diverse perspectieven in rekening te brengen:

  • Verslaving bekeken vanuit het bio-psycho-sociale model
  • Het neurobiologisch fundament in verslaving
  • Het chronisch karakter van de aandoening 
  • Verslaving bekeken vanuit het ontwikkelingspsychologisch perspectief
 

De geschiedenis van de verslaving leert ons dat de visie op gezondheidsmateries, gevoed wordt door wetenschappelijke inzichten en filosofisch ethische benaderingen. Dit kan erg bepalend zijn in de behandeling die een zieke uiteindelijk zal krijgen. Zo wordt in de eerste helft van de 20-ste eeuw verslaving vanuit sociologische hoek voornamelijk als een maatschappelijk probleem bekeken en benaderd. Dit model wordt verlaten voor een meer medische en psychologische benadering van het probleem en algauw spreken we van het bio-psycho-sociaal model. 

 
 
 

Dit model lijkt op zich de voorheen tegengestelde benaderingen te verzoenen. Het laat ruimte voor een holistisch model waarin alle verschillende dimensies van verslaving in kunnen worden ondergebracht. In de praktijk is het voor verslaving echter vaak een te vrijblijvend model, waarin elkeen zijn ding kan doen. Bij discussie leek het kompas geen richting aan te duiden. Het model moest dus aangevuld worden.

Om verslaving goed te begrijpen is het daarom belangrijk om er drie actuele thema’s aan toe te voegen:

  • het neurobiologisch fundament in verslaving
  • het chronisch karakter van de aandoening 
  • het ontwikkelingspsychologisch perspectief

Neurobiologische
aspecten van
verslaving

 

 

Druggebruik start vaak als een experiment, hoofdzakelijk in de jeugdjaren. Dit kan overgaan naar recreatief gebruik waarbij gedrag zich herhaalt en gewoontes zich installeren. Het kan verder evolueren naar risico- of problematisch gebruik. Tot op dit niveau is er vaak nog geen pathologisch controleverlies over het gebruik. Het is maar pas in de fase van misbruik en afhankelijkheid dat de zucht, de ‘craving’,  zo uitgesproken aanwezig is en het controleverlies weggevallen is. In deze fase zal er expliciet neurobiologische schade optreden. Het reward-systeem of  beloningssysteem, gelegen in het limbisch systeem van de hersenen, is ontregeld en beschadigd.

Het reward-systeem speelt een belangrijke rol in de menselijke aandrift, het aanleren van nieuw gedrag en genotsbeleving. Intensief en langdurig druggebruik ontregelt dit reward- systeem, waardoor de functies die hiermee samenhangen ook ernstig ontregeld zijn. In die zin is er sprake van hersenpathologie.

Zowel in de hulpverlening als in de maatschappij heerst er enige aarzeling om verslaving te beschouwen als een ziekte, in het bijzonder als een hersenziekte. Er hangt een zeker taboe rond. Dit heeft een aantal belangrijke consequenties: de verslaafde blijft verstoken van hulpverlening en een aantal beschermingsmaatregelen, gekoppeld aan ziekte. De verslaafde blijft een grote verantwoordelijkheid over zijn aandoening en zijn chronisch disfunctioneren bij zichzelf leggen.

Vele verslaafden zijn gedemoraliseerd en leggen hun falen helemaal bij de eigen persoon.

De realiteit is veel genuanceerder: daar waar de experimentele gebruiker wel degelijk zelf beslist om wel of niet te gebruiken, is dit voor een verslaafde een heel ander verhaal. De drang/dwang om opnieuw te gebruiken vertrekt nu niet meer vanuit de vrije wil, maar vanuit mechanismen van craving en ontwenning, die op zich als pathologisch beschouwd worden.


Chronische ziekte

 

 

Als verslaafden de hulpverlening contacteren is hun druggebruik vaak al tot een chronische ziekte geëvolueerd, ondanks de bijzonder jonge leeftijd van vele van onze patiënten. 

Verslaving kent veelal een langdurig en grillig verloop: het ene moment lijkt men genezen, het andere moment is er een herval of een opstoot of crisis. Het zal vaak niet tot volledig herstel leiden en voor de meesten een levenslange kwetsbaarheid tot gevolg hebben en een intensieve zorg vereisen. 

De verslaving heeft een zeer grote impact op het dagelijks leven van de zieke en er is functieverlies en ernstige aantasting van de levenskwaliteit.


Ontwikkelings-
psychologisch perspectief

 

 

Het eerste druggebruik heeft veelal plaats in de tiener- of adolescentieperiode. We zien dan ook dat vele verslavingsproblemen zich reeds geïnstalleerd hebben in die adolescentieperiode. Veel volwassen verslaafden waren reeds problematisch drugs aan het gebruiken als ze nog volop  in hun pubertijd of adolescentie zaten.

Het gevolg is dat deze jonge mensen vaak al vele jaren verslaafd zijn als ze zich aanmelden bij de drughulpverlening en reeds chronische patiënt zijn, ondanks hun jeugdige leeftijd.

Dit vroegtijdig druggebruik heeft tot gevolg dat drugs een invloed uitoefenen op het ontwikkelingsproces waar deze jongeren nog voor staan op diverse vlakken:

  • Abstract denken
  • Aaanleren van spreekvaardigheden
  • Sociale adaptatie
  • Waarden ontwikkelen en installeren
  • Initiatie in seksuele activiteit en het ontwikkeling van een seksuele identiteit
  • Sociale relaties met hun hun leeftijdsgenoten leren aan te gaan

Het intensief druggebruik zal deze ontwikkelingsprocessen vertragen en verhinderen en leiden tot een achterstand. Deze schade is ook ter hoogte van de neuronen binnen onze hersenen terug te vinden. Het inoefenen van deze vaardigheden gaat gepaard met een activatie van bepaalde braincircuits en een neuronale herstructurering. Ook op neuronaal vlak zal er dus een onderontwikkeling zijn als gevolg van druggebruik.

Verder weten we dat hersenen van jongeren veel gevoeliger zijn dan volwassen hersenen. De schadelijke effecten van druggebruik zullen dan ook veel uitgesprokener zijn bij jongeren. Dit leidt tot een grotere kwetsbaarheid voor verslaving op latere leeftijd, een handicap voor het leven.

Aan verslaving gaat een proces vooraf, dat wordt gekenmerkt door een viertal fasen. Hoe snel de fasen doorlopen worden is onder andere afhankelijk van het middel en van de leefomstandigheden waarin je verkeert. Bij heroïne gaat het vaak sneller dan bij alcohol en het gaat sneller als je in een omgeving bent waarin gebruik normaal is.

Fase 1

Experimenteerfase
Meestal begint het, vaak op jonge leeftijd met experimenteel gebruik: uit nieuwsgierigheid probeert men een bepaald middel uit. Uit tweelingonderzoek blijkt dat het experimenteren met alcohol en drugs vooral sociaal wordt bepaald. 

 

Fase 2

Fase van sociaal of geïntegreerd gebruik
De gebruiker zoekt de positieve effecten van het middel en weet dit in zijn leven in te passen zonder dat men er last van heeft. De kans op voortgezet en overmatig gebruik wordt vooral door erfelijke factoren bepaald (genetische kwetsbaarheid).

 

Fase 3

Fase van overmatig en schadelijk gebruik
Het gebruik krijgt een steeds grotere rol in het dagelijks leven. Men gebruikt niet alleen om zich lekker te voelen, maar ook om spanningen en onlust te verdrijven.

 

Fase 4

De verslavingsfase (saillantie)
In deze fase wordt vrijwel het hele leven door gebruik beheerst. Er zijn schadelijke gevolgen op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied.


Dr. drs Els A. Noorlander Psychiater - Verslaving, behandeling en valkuilen

 

 

Soorten
verslavingen

 

 

Er zijn grofweg twee verslavingen te onderscheiden; de middelenverslaving en de gedragsverslaving. Een middelenverslaving is een verslaving die in stand gehouden wordt door het gebruik van een middel die op zichzelf verslavend is doordat het een directe werking in het brein heeft. Dit noemt men een psychoactief middel.

Onder middelenverslaving verstaan we onder andere een alcohol-, coke,- opium-, en cannabisverslaving.  Een gedragsverslaving is een verslaving aan een handeling die voor een persoon van belang is om zich goed te voelen of om een kick te krijgen. Veel voorkomende gedragsverslavingen zijn een werk-, game-, seks-, en gokverslaving.